Leiden Medievalists Blog

De kater die een handschrift ruïneerde en andere verhalen: De Moderne Devotie voor een breed publiek

De kater die een handschrift ruïneerde en andere verhalen: De Moderne Devotie voor een breed publiek

Een leider die furore maakt als rondreizend prediker, een kloosteroverste die afgezet wordt vanwege haar mystieke aanleg, en een kater die ’s nachts in de schrijfzaal een handschrift ruïneert.

Wat is de Moderne Devotie?

Bovenstaande is slechts een kleine greep uit een nieuw boek over de Moderne Devotie dat in oktober van dit jaar verschijnt bij uitgeverij W-Books. Om draagvlak te creëren voor ons onderzoek is het belangrijk om recente inzichten toegankelijk te maken voor een breder publiek. Toen mij vorig jaar zomer gevraagd werd om mee te werken aan een nieuw boek voor een algemener publiek over de Moderne Devotie – een laatmiddeleeuwse beweging die zich sterk maakte voor persoonlijke godsdienstbeleving – leek mij dat een mooie uitdaging. De Moderne Devotie is interessant omdat in de beweging zowel religieuzen als leken participeerden, en op religieus vlak is de beweging een van de meest invloedrijke initiatieven uit de Nederlandse geschiedenis. Bovendien is de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar de Moderne Devotie, en breder naar laatmiddeleeuwse religieuze literatuur en cultuur. We weten hierdoor meer over de Moderne Devoten zelf – bijvoorbeeld over hun liedcultuur. Én we kunnen het fenomeen van de Moderne Devotie an sich in een vernieuwend perspectief plaatsen.

Maar hoe maak je recent mediëvistisch onderzoek toegankelijk voor een breder publiek? Voordat ik op de totstandkoming, opzet en inhoud van het boek zal reflecteren, is het wellicht verstandig om – net als in het boek zelf – enige aandacht te besteden aan de vraag ‘wat is de Moderne Devotie?’ De Moderne Devotie ‘ontstaat’ in 1374 als de Deventenaar Geert Grote zijn kapitale pand beschikbaar stelt aan vrouwen die zich volledig op een vroom leven willen richten, en daar voor zichzelf twee kleine kamertjes reserveert. Geert Grote heeft voor hen een leven naar het model van de apostelen in gedachten: in gemeenschap van bezit, zonder luxe en volledig doordrenkt van een verinnerlijkt geloof, vooral gericht op navolging van Christus. Deze spiritualiteit moest alle aspecten van het dagelijkse leven beheersen. Zelfs tijdens het werk (spinnen, weven, maar ook tijdens het bereiden van eenvoudige maaltijden) probeerden de vrouwen voortdurend gebed en meditatie in hun bezigheden te incorporeren.

De vrouwen leefden niet volgens een kloosterregel en de gemeenschap in Grotes huis – naar de stichter het Meester-Geertshuis genoemd – werd de eerste gemeenschap van de zogenoemde Zusters van het Gemene Leven. Enkele jaren later klitte een aantal mannen samen in het huis van één van Geerts vrienden, Florens Radewijns. Dit was het startschot voor de mannelijke tegenhanger van de Zusters: de Broeders van het Gemene Leven.

Afb. 1: Schedels van Geert Grote en Florens Radewijns, die aanvankelijk in de kapittelkerk te Deventer zijn begraven. Na omzwervingen tot Emmerik aan toe ten gevolge van de Reformatie zijn ze in de negentiende eeuw weer naar Deventer teruggekeerd. Deventer, Museum de Waag.

 

 

Naast de kloosterregel-loze Zusters en Broeders van het Gemene Leven kwam al relatief snel een kloostertak tot stand. De kloosters volgden de flexibele regel van Augustinus en waren verenigd in het Kapittel van Windesheim. Daarnaast was er, vooral in Holland, een groot aantal gemeenschappen dat de Derde Regel van Sint-Franciscus volgde. Oorspronkelijk was deze regel bedoeld voor leken in de stad die juist niet in een klooster wilden intreden, maar ‘in de wereld’ een op God gericht bestaan wilden leiden. Binnen de Moderne Devotie wordt de regel (steeds) streng(er) toegepast, en bovendien maken veel gemeenschappen in de loop van de tijd een ontwikkeling door waarbij het gemeenschapsleven in toenemende mate van de wereld wordt afgescheiden en gereguleerd. Dit wordt ook wel ‘verkloostering’ genoemd, en zo zijn we beland bij één van de onderwerpen die in het nieuwe boek aan de orde komen.

 

Honderd verhalen

We hebben er in het boek voor gekozen om de lezer in honderd korte verhalen kennis te laten maken met de mensen achter het succesverhaal van de Moderne Devotie, met hun literatuur, kunst en cultuur, vanaf het gebied rondom de IJssel tot ver daarbuiten. Zo is het boek een overzichtswerk geworden – zonder de pretentie volledig te willen zijn. De laatmiddeleeuwse beweging wordt in al haar schakeringen in een bredere historische context geplaatst. Met aandacht voor haar Europese uitstraling, inspiratiebronnen, parallelle stromingen, de beeldvorming door de eeuwen heen en de Moderne Devotie nu. Aan het boek werkten 46 auteurs uit binnen- en buitenland mee die allemaal één of meer onderwerpen voor hun rekening namen. Soms kwamen auteurs met suggesties voor onderwerpen waar we in onze eerste opzet niet aan hadden gedacht. Soms bleek een auteur een stuk niet te kunnen afronden. Zo kwamen er stukken bij, en gingen er stukken af. Hoewel alle stukken als afzonderlijke verhalen gelezen kunnen worden, vereiste een consistent vertelde geschiedenis van de Moderne Devotie niet alleen de nodige tekstredactie, maar ook heel wat denkwerk met betrekking tot de volgorde waarin de stukken het best gepresenteerd zouden kunnen worden. Uiteindelijk zijn er elf hoofdstukken uitgerold. Sommige zijn vooral gericht op ontwikkelingen in een bepaalde periode, terwijl andere juist een thematisch karakter hebben. Daarnaast hebben we alle stukken ruim voorzien van onderlinge verwijzingen, en is achterin het boek een verklarende lijst van termen te vinden.

Afb. 2: De zogenoemde Zwolse Bijbel, een Bijbeltekst in zes delen op groot formaat (53 bij 39 cm.) die door broeder Jacobus van Enkhuysen in het fraterhuis te Zwolle is geschreven en door zijn medebroeders is verlucht, in opdracht van Herman Droem, deken van het kapittel van de Mariakerk in Utrecht. Droem betaalde 500 goudgulden voor de Bijbel, een bedrag waar hij ook twee grachtenpanden mee had kunnen financieren. Op bijgaande afbeelding is David met zijn harp te zien, met daarbij zingende en biddende religieuzen. Utrecht, Universiteitsbibliotheek, Hs. 31, dl. 2, f. 154r.

De onderwerpen variëren van het eerder genoemde proces van ‘verkloostering’ tot handschriftenproductie, en van Geert Grote, de predikende en later, toen hij zijn hand overspeelde, vooral schrijvende leider van de beweging, tot Alijt Bake, de overste van het Gentse klooster Galilea, die door de leiding van de overkoepelende kloostervereniging, het Kapittel van Windesheim, werd afgezet en verbannen omdat ze een te mystieke spiritualiteit zou voorstaan. Ook de – tegen de verwachting van veel twintigste-eeuwse wetenschappers in – beperkte rol van de Moderne Devoten met betrekking tot het drukken van boeken in de volkstaal komt aan de orde. Zo volgen we de beweging van haar vroegste ontstaansgeschiedenis tot in de zestiende eeuw, toen er een einde kwam aan de meeste gemeenschappen. De periode daarna krijgt eveneens aandacht, en niet alleen de receptie van de beweging, zoals door negentiende-eeuwse protestanten die de Moderne Devotie – onterecht – als proto-protestantse beweging profileerden. Het laatste hoofdstuk besteedt onder andere aandacht aan gemeenschappen met Modern Devote-wortels die nog steeds bestaan. Zo komen verschillende gemeenschappen in Duitsland aan bod, maar ook de laatste priorin van de gemeenschap die tot een aantal jaar geleden het klooster Soeterbeeck (Ravenstein bij Nijmegen) bewoonde.

Afb. 3: Tot in de twintigste eeuw was voor de zusters van Soeterbeeck contact met de buitenwereld uitsluitend via een getralied venster mogelijk. Archief Priorij Soeterbeeck. Foto: Centrum voor Kunsthistorische Documentatie, Radboud Universiteit.

Ook bij de behandeling van de vroege periodes is er ruimte voor meer persoonlijke verhalen, zoals dat van Erasmus van Rotterdam, die zijn kritiek op de Broeders van het Gemene Leven in Den Bosch niet onder stoelen of banken stak. Of het verhaal van Conrad Scheych, een van de scholieren die naar Deventer kwamen om daar de kapittelschool te bezoeken. De plaatselijke Broeders van het Gemene Leven verzorgden voor de leerlingen die van verder weg kwamen een soort ‘bed and breakfast’. Vaak wordt gedacht dat de Broeders veel invloed hebben gehad op het onderwijs(niveau) in de Nederlanden (zie bijvoorbeeld een rapport van het Centraal Planbureau (CPB), http://www.cpb.nl/publicatie/de-indrukwekkende-erfenis-van-geert-groote-baande-het-pad-naar-de-gouden-eeuw), maar dit moet genuanceerd worden. De Broeders waren vaker verantwoordelijk voor de huisvesting en voor wat men als buitenschoolse activiteiten zou kunnen aanduiden.

Afb. 4: Zusters uit Soeterbeeck aan het werk bij de pomp. Archief Priorij Soeterbeeck. Foto: Centrum voor Kunsthistorische Documentatie, Radboud Universiteit.

 

De kater en het handschrift

Conrad Scheych kwam uit Keulen en vond onderdak in het kosthuis van de broeders in Deventer. Als tegenprestatie schreef hij handschriften af voor de Broeders. Toen hij op een dag zijn vermoeide hand eindelijk rust gunde, liet hij het boek waaraan hij schreef openliggen op de lessenaar. ’s Ochtends stond Conrad een onaangename verrassing te wachten: een van de katten die het privilege had om op de muizen in de schrijfzaal te jagen, had kennelijk geen betere plek kunnen vinden om zijn behoefte te doen dan Conrads boek. Conrads woede zal voor menigeen die ’s ochtends de resultaten van de nachtelijke capriolen van een dierlijke huisgenoot heeft mogen aanschouwen herkenbaar zijn. Nog nazinderend van de onaangename ontdekking noteerde hij dat er weliswaar niets mis was met de tekst, maar dat hij op die plaats niet verder kon schrijven vanwege het onacceptabele gedrag van de kater. Niet alleen de kater verdiende volgens Conrad een fysieke afstraffing. ‘Alle katten moeten vanwege hem een pak rammel krijgen!’ Voor het geval een lezer niet zou weten welk dier hij liefst een flink aantal slagen moest toedienen, tekende Conrad op dezelfde pagina een kat. Of is de tekening een teken dat zijn vergevingsgezindheid al snel weer de overhand had genomen?

Afb. 5: Het handschrift van Conrad Scheych met een tekening van een kater en de nijdige opmerkingen over zijn gedrag. Köln, Historisches Archiv der Stadt Köln, Best. 7004, Hs. GB quart. 249, f. 68r.

Het rijk geïllustreerde De Moderne Devotie. Spiritualiteit en cultuur vanaf de late Middeleeuwen verschijnt in oktober. Dan zal ook moeten blijken of de door ons gevolgde strategie succesvol zal zijn.

© Anna Dlabačová and Leiden Medievalists Blog, 2018. Unauthorised use and/or duplication of this material without express and written permission from this site’s author and/or owner is strictly prohibited. Excerpts and links may be used, provided that full and clear credit is given to Anna Dlabačová and Leiden Medievalists Blog with appropriate and specific direction to the original content.