Leiden Medievalists Blog

Publieke watervoorzieningen in Brugge (deel 1)

Publieke watervoorzieningen in Brugge (deel 1) Uitsnede van de Marcus Gerards kaart die via Digitaal Thematische Deconstructie ontleed is. Bron: Magis.kaartenhuisbrugge.be.

Leiden ontbeerde in de Middeleeuwen een vorm van openbare watervoorzieningen, zagen we in een eerder blog. Hoe anders was dat in middeleeuws Brugge….!

Brugge beschikte reeds vóór 1300 over een waterleidingstelsel. Daarmee was Brugge, samen met Ieper en Damme, een uitzondering in de Lage Landen. Het Brugse waterleidingstelsel – moerbuizen genaamd– zijn regelmatig archeologisch aangetroffen, maar de waterleiding heeft ook opvallend veel (middeleeuwse) historische bronnen nagelaten. De publicaties van Vandevyvere, waaronder de klassieker De watervoorziening te Brugge van de 13de tot de 20ste eeuw, zijn hierbij een onmisbaar naslagwerk.

Grootschalig, maar niet wijdverbreid

Het distributienetwerk is zichtbaar op de kaart van Marcus Gerards. Deze vogelvlucht kaart dateert van 1562 en veel later, in de 18de eeuw of misschien nog later, is het tracé van het moerbuizenstelsel op de kaartbladen aangegeven in roodbruine (potlood?)strepen (Fig. 1).

Fig. 1: Detail van Marcus Gerards vogelvluchtkaart van Brugge (1562), raadpleegbaar via magis.kaartenhuisbrugge.be. De roodbruine lijnen geven het tracé van de moerbuizen weer. Er zijn verder 2 waterputten zichtbaar.

De kaart bevestigt wat in de geschreven middeleeuwse bronnen staat: het waterleidingsysteem bestaat uit 5 lange hoofdbuizen die - Vandevyvere volgend - in figuur 2 aangeduid zijn als Boeveriepoort-, Carmerstraat-, Ganzestraat-, Koepoort- en Bloedputmoerbuis. Er is op de kaart nog een zesde, kleine, moerbuis zichtbaar waarvoor ook Vandevyvere geen naam geeft.

De Italiaanse koopman Lodovico Guicardino, die eind 16de eeuw Brugge bezocht, was onder de indruk van het distributienetwerk. Hij omschreef het als ‘armen en takken gelijk een boom’ en meende dat het ondergrondse buizenstelsel ‘in alle straten’ aanwezig was en dat de ‘gantsche stad’ zo van water werd voorzien. Het moerbuizenstelsel was zeker grootschalig en technisch vernuftig. Zo was de Boeveriepoortmoerbuis bijna 4 kilometer lang en het water werd door deze buis gedistribueerd door wat in de bronnen een engien genoemd wordt, opgesteld in het (oude) waterhuis aan het hoofd van de Boeveriepoortmoerbuis. De latere geschiedenis zou ook uitwijzen dat de buizen een eeuwenlange levensduur bleken te hebben, maar om te stellen dat ze door ‘alle straten’ liepen, is een iets te rooskleurige voorstelling van zaken.

Fig. 2: Tracé van de moerbuizen zoals het in de 18de eeuw of later aangebracht is op de kaart van Marcus Gerards (1562).

Huisaansluitingen: Jan Foret

Haaks op de hoofdmoerbuizen staan soms lijntjes getekend die naar de huizen lopen. Dit zijn de huisaansluitingen. Huisaansluitingen komen bijna deur voor deur voor in de Vlamingenstraat, maar zijn elders in de stad minder voorkomend. Ook de geschreven bronnen vermelden huisaansluitingen. Zo vermeldt het moerbuizenregister van 1404 33 huisaansluitingen. Dit dossier was mede opgesteld door Jan Foret. Hij was ruim twintig jaar lang één van de beheerders van het moerbuizennetwerk. Eén van de huisaansluitingen was op de hoek van de Zuidzandstraat en de Hoogste van Brugge. De bewoner is op dat moment Jan Foret zelf (Vandevyvere 1983 p. 80-81 en 125). Het aardige is dat als we op de kaart van Marcus Gerards kijken, waarop eeuwen later de moerbuizen zijn getekend, een huisaansluiting bij het genoemde hoekhuis zichtbaar is (Fig. 3).

Fig. 3: Uitsnede van de Marcus Gerards vogelvluchtkaart ter hoogte van de Zuidzandstraat en de Hoogste van Brugge. Zichtbaar zijn de Boeveriemoerbuis en twee huisaansluitingen.

Digitaal Thematische Deconstructie (DTD) en DTD-light


De Marcus Gerards kaart is onlangs in zijn geheel ‘digitaal ontleed’. Het resultaat is te bewonderen op de website – KaartenHuisBrugge.be, vervolgens kiezen voor het luik ‘MAGIS’. Dit ontleden houdt in dat elk element op de kaart zoals huizen, molens en waterputten, zijn overgetrokken. Deze methode wordt sinds de studie van Vannieuwenhuyze (2008), Brussel, de ontwikkeling van een middeleeuwse stedelijke ruimte, de Digitaal Thematische Deconstructie (DTD) genoemd. Op deze manier kan op de website MAGIS bijvoorbeeld op “waterputten” gefilterd worden. Alle waterputten lichten dan op (Fig. 4).

Het resultaat is schitterend en is vooralsnog ongeëvenaard, maar de onderzoeker die wil weten hoeveel waterputten er zijn en of moerbuisputten meer voorkomen dan bronwaterputten, is alsnog aangewezen op ouderwets telwerk. Om deze vragen te beantwoorden is de kaart hier iets anders bewerkt. In een GIS-programma (QGIS) zijn de waterputten niet overgetrokken, maar is alleen een stip gezet op de locatie. In de attributentabel zijn verschillende kenmerken aangemerkt (moerbuisput, bronwaterput, etc.). Toegegeven, DTD-light levert niet zo’n fraai kaartbeeld op als MAGIS, maar het is relatief snel en biedt een verfijnde manier van tellen.

Fig. 4: Uitsnede van de Marcus Gerards kaart die via Digitaal Thematische Deconstructie ontleed is. Via de zoekschermen is gekozen om de waterputten (blauw) op te laten lichten. Raadpleegbaar via: Magis.kaartenhuisbrugge.be.

Moerbuisputten en bronwaterputten


Waterputten op de Marcus Gerardskaart laten zich anders dan op de vogelvluchtkaarten van Leiden niet herkennen aan de putmik, maar aan de stenen mantel (Fig. 1 toont bijvoorbeeld twee waterputten). Hierop lettend komen er 30 moerbuisputten voor in Brugge (intra muros). Van drie waterputten afgebeeld op kaartblad H kon niet nagegaan worden of deze aansloten op de Carmerstraatmoerbuis. Op kaartblad H zijn namelijk geen roodbruine strepen (moerbuizen) getekend. Ook de grijstint van het kaartblad is iets anders dan de andere kaartbladen. Kaartblad H lijkt uit een andere serie te komen dan de overige kaartbladen. De achtergrond hiervan is vooralsnog onduidelijk, maar het gevolg is dat het tracé van de Carmerstraatmoerbuisstraat in elk geval enkele meters mist.
Van de 30 moerbuisputten zijn er 29 gelegen langs de openbare weg. Moerbuisputten waren dus typische openbare voorzieningen. Dikwijls wordt aangenomen dat het grondwater in Brugge te zout was om waterputten te slaan. Niettemin zijn er op de kaart toch nog 34 bronwaterputten afgebeeld. Een kwart betreft openbare putten. Driekwart is niet gesitueerd langs de openbare weg. Het zijn daarmee niet direct privé-waterputten, het kunnen bijvoorbeeld ook waterputten van kloosters of andere instellingen geweest zijn.

Fig. 5: Het aantal waterputten weergegeven op de kaart van Marcus Gerards (1562), verdeeld over verschillende categorieën.

Vervolg

De kaartbladen van Marcus Gerards zijn voor deze exercitie gegeorefereerd. Dat wil zeggen: de waterput die op de Grote Markt is afgebeeld, bevindt zich, als er een moderne kaart onder gelegd wordt (Fig. 2 en Fig. 5), ook in de huidige topografische situatie op de Grote Markt. Voorzichtigheid blijft geboden, georeferentie van vogelvluchtkaarten kan nu eenmaal niet op de centimeter nauwkeurig. Niettemin, geeft die globale lokalisering de fascinerende mogelijkheid de situatie van 1562 met de vele latere topografische bronnen te vergelijken. En juist die langetermijn vergelijking - zo zullen we in een volgend blog zien - tonen dat de ‘middeleeuwse toestand’ nog niet zo gek was.

Literatuur
Vandevyvere, E., 1983: Watervoorzieningen te Brugge van de 13de tot de 20ste eeuw, Koninklijke Gidsenbond van Brugge en Westvlaanderen.

Met veel dank aan:
- Elien Vernackt (projectmedewerker Magis Brugge, Musea Brugge/Archeologiemuseum Brugge) die de kaartbladen van Marcus Gerards heeft gegeorefereerd.
- Deandra de Looff (Universiteit Leiden) die de basis heeft gelegd voor de GIS-themalaag watervoorzieningen.

© Roos van Oosten and Leiden Medievalists Blog, 2018. Unauthorised use and/or duplication of this material without express and written permission from this site’s author and/or owner is strictly prohibited. Excerpts and links may be used, provided that full and clear credit is given to Roos van Oosten and Leiden Medievalists Blog with appropriate and specific direction to the original content.