Leiden Medievalists Blog

Speuren naar sporen van een Friese edelman

Speuren naar sporen van een Friese edelman

Hoe komen we iets te weten over iemand die lang geleden leefde? Soms lijkt het werk van een historicus wel wat op dat van een detective.

In deze bijdrage wil ik het verhaal vertellen van een opmerkelijke Fries uit de zestiende eeuw. Tegelijk zal ik laten zien hoe een historicus te werk gaat bij het bij elkaar zoeken van verschillende bronnen rondom een persoon: met kleine snippers informatie een situatie of modus operandi leren kennen en begrijpen. Deze zoektocht begint echter niet met een moord, maar met een grafsteen.

De grafsteen op de afbeelding hierboven is van Janke van Unema (ook wel geschreven als Oenema) en zijn vrouw Teth Wibolsma. De steen ligt in de Sint-Nicolaaskerk in Blija, een dorp aan de noord-westelijke kust van Friesland. We weten niet precies wanneer Janke is geboren, maar dankzij deze grafsteen weten we wel wanneer hij is overleden, in 1540. Zijn vrouw Teth stierf acht jaar eerder, in 1532. Alleen Janke is afgebeeld. We zien een imposante, streng kijkende Friese vechtersbaas in volle uitrusting. Op de steen staat rondom geschreven:

“INT IAER ONS HERÊ MVXL (1540) DEN XIIJ NOVÊBRIS STERF DEN EDELÊ EERENTVESTÊ HEERSCHAP IANKE VAN WNEMA. ENDE TET SIJN WIJF STERF INT IAER MVXXXIJ (1532) DÊ IJ OCTOBRIS HIER BEGRAVE”

De ‘e’ met een dakje houdt in dat er een N of een M afgekort is. De J in de Romeinse getallen wordt vaak gebruikt om aan te geven dat het de laatste I is. XIIJ staat dus voor dertien. Stel dat deze grafsteen het beginpunt zou zijn van een historische speurtocht naar Janke van Unema, en dit is het enige aanknopingspunt wat we hebben, wat zijn dan de eerste stappen die gezet moeten worden?

Naar aanleiding van de grafsteen kunnen we eigenlijk al drie aannames maken. Als eerste dat hij voor het jaar 1500 is geboren. De afbeelding op de grafzerk doet vermoeden dat hij als volwassen man is gestorven. De tweede aanname is dat Janke enigszins vermogend moet zijn geweest. Hij draagt op de afbeelding een volle uitrusting. In zijn rechterhand zien we een oorlogshamer en in zijn linkerhand lijkt hij een riem of teugels vast te houden. Vooral het harnas valt op, dat was in deze periode niet goedkoop en kon niet door iedereen worden betaald. De derde aanname is dat hij in zijn leven een belangrijk man was. Hij ligt begraven in een dorpskerk en de grafsteen is uitgebreid versierd. De twee laatste aannames bij elkaar zorgen eigenlijk voor een vierde vermoeden, namelijk dat Janke een Friese edelman was.

Een strategie van een historicus zou kunnen zijn eerst wat breder informatie in te winnen over de periode waarin Janke van Unema leefde, om vervolgens steeds specifieker bronnen op te zoeken waar hij in zou kunnen worden genoemd. De afbeelding op de grafzerk is kenmerkend voor het beeld dat geschetst wordt van de Friese adel in deze periode. Deze adel, ook wel "hoofdelingen" genoemd, bestond uit mannen (en een klein aantal vrouwen) aan de top van de samenleving. Een samenleving die aan het einde van de vijftiende eeuw door onderlinge partijstrijd in veel chaos was gestort. Na twee eeuwen van Friese vrijheid (c. 1250 – 1498), waarin de Friezen het qua bestuur voornamelijk zelf voor het zeggen hadden, werd in 1498 de Saksische hertog Albrecht de soevereine vorst in Friesland. Hiermee begon een periode van eerst Saksische en later Bourgondische overheersing. Het is bekend dat Albrecht en zijn opvolgers ervoor hebben gezorgd dat er in Friesland een administratief systeem kwam, met name om het bestuur van de regio te ondersteunen. Voor die tijd gebeurde dit vooral op lokaal niveau. Hertog Albrecht en zijn zoon en opvolger George hebben de Friese adel ook gedwongen trouw aan hen te zweren. Dit is officieel vastgelegd, onder andere in een lijst uit 1505. Als de bovenstaande aannames kloppen, moeten we Janke kunnen vinden in deze lijst.

De grafzerk van Janke en zijn vrouw Teth ligt in de Sint-Nicolaaskerk in Blija. Grote kans dat hij in de buurt van dit dorp heeft geleefd. Volgens de oude administratieve indeling van Friesland zou hij dan in de grietenij Ferwerderadeel hebben geleefd. De lijst van de hertog is in verschillende werken uitgegeven, bijvoorbeeld in de Chronique van Vrieslant (1622) van Pier Winsemius. Daar staat inderdaad op folio 402 onder Ferwerderadeel een zekere “Iancko Onema” (zie de afbeelding hieronder). Het is een voorbeeld van het gebrek aan vaste spelling van namen in deze tijd, een naam kan in bronnen op verschillende wijzen voorkomen. We weten nu dus zeker dat Janke een Friese edelman was, en ook door anderen op die manier werd erkend, in ieder geval in 1505.

Deze vondst vergroot de kans dat Janke te vinden is in andere bronnen, omdat hoofdelingen veel vaker genoemd worden dan niet-edelen. Voor een levendig verslag uit deze periode moeten we bij de kronieken van Thabor zijn. Het Vijfde boek der kronijken van Friesland beslaat deze periode. Daar komen we Janke een aantal keer tegen. We zien dat hij 1501 is verbannen als gevolg van zijn opstandig gedrag tegen de hertog van Saksen (p. 42). Hij sluit later weer vrede met hertog George, vandaar dat hij in de lijst met adel voorkomt. Enige tijd later is hij echter weer op oorlogspad. Hij lijkt zich aan te willen sluiten bij de Gelderse hertog (p. 165). Deze keuze komt hem later duur te staan. Hij wordt door Bourgondisch gezinden belegerd in zijn eigen stins (versterkt stenen huis). Als vergelding trekt hij later met een klein legertje op naar de stad Dokkum (p.187). Later verdwijnt hij een tijd uit Friesland.

Het zijn maar enkele hoogtepunten uit het leven van Janke van Unema, maar door de zoektocht in de bronnen wordt het eerder beschreven beeld van Friese hoofdelingen bevestigd. Janke van Unema lijkt wel een stereotype, de ideale Friese edelman, die niet terugdeinst voor het gevecht, en de kans zijn Friese vrijheid te verdedigen niet uit de weg gaat. Hij leefde in een onrustige periode in de Friese geschiedenis, maar koos er ook meerdere malen voor om tegen bepaalde partijen in te gaan.

Bezit in Friesland

Is er meer te vinden dan alleen deze avontuurlijke momenten? Het leven van een edelman bestond tenslotte niet alleen uit vechten en van partij wisselen. Dit moest ook ergens van betaald worden. Sommige historici willen ook kijken naar het economische aspect van het leven. Bij deze stap komt een interessante bron in beeld, het Register van de Aanbreng (RVDA). Wederom een bron als gevolg van het invoeren van administratie en bestuur door de Saksische hertogen. In het register, dat werd gemaakt in het jaar 1511, vinden we Janke ook terug. We kijken weer naar zijn woonplaats in Ferwerderadeel. Zijn bezit bevond zich voornamelijk rond het dorp Blija. Hij bezat in vier andere grietenijen kleine boerderijen die hij verpachtte. Zijn eigen boerderij, Unema state (zie de kaart hieronder), was ook zijn duurste bezit en was jaarlijks 30 goudgulden in rente waard. Overigens kreeg hij die dertig goudgulden natuurlijk niet in zijn hand gedrukt, dit was de waarde van zijn eigen boerderij, mocht hij die verhuren aan een ander. Aangezien hij in het register zelf als gebruiker wordt genoemd, kunnen we met zekerheid zeggen dat hij zelf leiding gaf aan dit boerenbedrijf. We weten niet hoeveel hij daadwerkelijk deed, maar we kunnen ervan uitgaan dat hij knechten en losse arbeiders aanstuurde en niet zelf het hooi binnenhaalde. Dit is een aspect van het leven van Friese adel dat minder onder de aandacht wordt gebracht. Zij moesten ook hun bedrijf aansturen, ook al schepten ze niet zelf een sloot leeg. Ze hadden verstand van het boerenleven en waren daarmee opgegroeid. Vrijwel elke hoofdeling had zijn eigen boerderijen die hij moest onderhouden en waarvan hij een deel verpachtte. Het was voor hen een investering in de toekomst van hun kinderen en een groot deel van hun inkomsten tijdens hun leven.

We weten dat Janke enige jaren later dit grondbezit verloor. In het grote Placaat- en Charterboek van Friesland vinden we dat in 1517 zijn stins aan de stad Leeuwarden werd geschonken en zijn boerderijen aan jonkheer Frits van Grombach. Dit was een vergelding voor zijn overlopen naar de Gelderse hertog. Je zou denken dat dit voor hem het einde zou zijn. Janke heeft waarschijnlijk lange tijd buiten Friesland rondgezworven. Maar de verbeurdverklaring van zijn bezit moet toch op de een of andere manier ongedaan zijn gemaakt. De grafzerk alleen al zou een aanwijzing kunnen zijn dat Janke’s vermogen niet helemaal is weggegeven. We hebben geluk dat Janke in Ferwerderadeel leefde, aangezien we uit die tijd en toevallig ook nog uit zijn sterfjaar, 1540, een herziene versie van het register hebben (zie de afbeelding hieronder). Janke is uiteindelijk na zijn overlopen van de Gelderse naar de Bourgondische partij toch weer in zijn eigen regio beland. Hij zal wel wat zijn gekalmeerd na al die jaren van oorlog en avontuur. We vinden in het jaar van zijn sterven al zijn goederen rond dit dorp weer terug. Zo wordt het beeld van een uit de gratie gevallen onrustige strijder al weer wat gebalanceerd.

In de bovenstaande tekst heb ik enkele voorbeelden gegeven van een historische speurtocht. Naar aanleiding van een grafzerk konden we in enkele primaire bronnen het leven en bezit van Janke reconstrueren. Het is echter nog maar een kleine hoeveelheid informatie. Voor een vollediger beeld van Janke van Unema en zijn tijdgenoten zal een historicus nu op het punt komen ook de secundaire literatuur te gaan raadplegen. Daar zien we veel van de gebruikte bronnen terug. Maar zie het niet als dubbel werk. Het is goed om als historische speurneus de primaire bronnen zelf te blijven lezen en de beschrijvingen in de literatuur te controleren.

Gebruikte literatuur:

Faber, J.A., Drie eeuwen Friesland: economische en sociale ontwikkelingen van 1500-1800 in twee delen (Leeuwarden: De Tille 1972).

Mol, Johannes A., en P. L. G. van der Meer, De Friese volkslegers tussen 1480 en 1560 (Hilversum: Verloren 2017).

Schotanus à Sterringa, Bernardus, ‘Ferwerderadeel’. Uitbeeldinge der Heerlijkheid Friesland (Atlas Schotanus) (Francois Halma 1718).

Schwartzenberg thoe Hohenlansberg, G.F. ed., Groot placaat en charter-boek van Vriesland (Leeuwarden 1768).

Telting, I., Register van den Aanbreng van 1511 en verdere stukken tot de floreenbelasting betrekkelijk 1 (Leeuwarden: Het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde 1879).

Thaborita, Worperus, Kronijken van Friesland, vijfde boek, bevattende de geschiedenis van het begin der zestiende eeuw (Leeuwarden: Friesch Genootschap Leeuwarden 1871).

Winsemius, Pier, Chronique ofte historische geschiedenisse van Vrieslant (Franeker 1622).

Verder lezen:

Een historicus als detective klinkt leuk,toch wordt het idee niet altijd goed ontvangen. Lees bijvoorbeeld dit stuk van Herman Pleij in de Volkskrant uit 1999: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/de-historicus-als-speurneus~bea0c982/